Wie 1953 zegt, denkt bijna vanzelfsprekend aan de Watersnoodramp die grote delen van Zeeland, Brabant en Zuid-Holland trof. De zware noordwesten storm joeg het zeewater genadeloos de trechter in die het Nauw van Calais vormt. Het zeewater kon geen kant op behalve dan het land op. Dijken braken door, mensen vluchtten naar de bovenverdieping van hun huizen en boerderijen. Maar het water bleef maar stijgen en toen het ook nog eens vloed werd, was de enige uitweg het dak. Hele gezinnen zaten verkleumd op daken te wachten tot er hulp kwam. Telefoons werkten niet meer omdat het woeste water de telefoonpalen als lucifershoutjes had gebroken. De rest van Nederland ging op die zondag gewoon naar de kerk, at aardappeltjes met een stukje vlees en hoorde pas uren na de ramp over het onheil. Aan de overkant van de Bergsche Maas brak een dijk door en het kolkende water trok zes personen uit Dussen-Hank mee de diepte in. Wegwezen was het advies maar waarheen? De vesting Heusden liet zich van haar beste zijde zien en ving de evacués liefdevol op met boterhammen, soep, een veilige slaapplaats. In het Nieuwsblad stond kort na de Watersnoodramp bijgaand bedankje, bestemd voor al die redders in nood.

Oprecht bedankje in de krant van toen op 27 februari 1953.

Oprecht bedankje in de krant van toen op 27 februari 1953.