Begin 1997 zag ik hem fietsen in de Grotestraat vlakbij de boerderij waar hij was geboren, getogen en na de dood van zijn ouders altijd was blijven wonen.
Een donkere alpino geplooid op het vriendelijke, ronde hoofd met rode wangen, blauwe overal en vale werkschoenen, zo was Kobus ten voeten uit.
Na zijn pensionering koesterde hij de eenvoudige dingen van het leven. Zijn moestuin, wat klein vee en vooral zijn pony Elsje.
Ik zag dat hij magerder was geworden. En ineens drong het tot me door dat hij al wat ouder was. Straks zou niemand meer weten wie hij was, hoe hij eruit zag en aangezien fotograferen mijn hobby was, trok ik de stoute schoenen aan. Na mijn herhaaldelijk kloppen, zwaaide hij de deur verwonderd open. In zijn woonkamer was het een wirwar van allerlei meubels, geen gezelligheid, kleur of luxe. Hij kookte nog op een ouderwets petroleum stel …En het enigste wat blonk was een piepklein spiegeltje aan een grote balk.
Nee, hij had helemaal geen foto’s van zichzelf. Ja, toen hij een klein jungske was, maar verder niks Maar na mijn vraag knikte hij instemmend. Het mocht!
En ongelooflijk, enkele dagen later kwam ik hem tegen mét mijn analoge fototoestel. Kobus? Ja hoor! Hij stapte van zijn zware fiets. Onwennig keek hij aanvankelijk rond. Het lukte me toch zes foto’s te maken. Het rolletje werd daarna in een rap tempo volgeschoten en ik spoedde me naar de fotograaf. Een week wachttijd kostte geduld. Wilde hem zó graag verrassen en blij maken. De afdrukken waren prima! Hij oogde precies zoals hij was. Daarom wilde ik een groot formaat voor hem maar daarop moest ik dus weer wachten.
Eindelijk kon ik naar Kobus met hetgeen beloofd was. Ik trof hem met een boodschappentas op weg naar zijn zieke zus. Trots overhandigde ik mijn pláátjes en keek gespannen naar zijn reactie.
En die kwam! Verbazing, ongeloof…."Zij ik dá??? Wa heb ik toch unne lillukke kop! Vurschrikkkeluk! Zij ik dá? Ja, dá moet ik wel zijn! Dès mun pet en dà zijn mun knupkes en mun fiets. Mar, mar wè zie ik er toch uit!" Ik was perplex en dacht meteen aan het minuscule spiegeltje ….”Kobus, laat ze straks aan jouw zus zien en hoor wat zij ervan zegt.”
“Ikke nie, die leg ik ergens in een kast en die laat ik nóóit aan iemand zien. Wat heb ik toch unne grote kop. Vurschrikkeluk!!!!”. Ik droop af….
Jaren gingen voorbij. Zag hem nog weleens vanuit de verte…..
Hij was inmiddels ernstig ziek geworden en kwam uiteindelijk in een verpleeghuis waar hij in 2006 overleed. In de kerk hoopte ik bij de begrafenis-dienst naast de kist tóch een van mijn foto’s te ontdekken maar hij had kennelijk woord gehouden. Het liet me echter niet los en op zekere dag toog ik met mijn verhaal naar het huis van zijn neef Theo. Zijn vriendelijke vrouw Mimi viel achterover van verbazing en wees in de hal naar de foto van zijn boerderij met daarvoor Kobuske toen hij 5 jaar oud was. Dit was de enigste. Verder niets….Zó jammer omdat haar man veel hield van Kobus en hem beschouwde als zijn vader. ‘s Avonds ging ik terug. Alles moest van tafel, lamp aan en één voor één legde ik Kobus voor hen neer. Ontroering, verbazing, weemoed, dankbaarheid….
Kobus toch, je moest eens weten…
Janny Buitenhek, september 2012